Iedereen heeft wel eens een dipje, een paar dagen waarin je minder lekker in je vel zit en alles meer moeite kost. Meestal gaat zo’n dip weer over en lukt het – misschien met wat hulp van anderen, ontspanning en plezier – om je weer wat beter te gaan voelen. Een deel van kinderen en jongeren voelt zich echter steeds somberder. Niks kan je dan nog blij maken, je voelt je moe en bent veel aan het piekeren.

Van de psychische klachten die kinderen en jongeren hebben komen angstklachten en somberheidsklachten het meest voor. Tot 12 jaar heeft 4 tot 8% van de kinderen zulke klachten (Nederlands Jeugdinstituut). In de puberteit loopt dit op tot 20% van de jongeren, waarbij 5% van de jongeren er zoveel last van heeft dat je kunt spreken van een depressie.

Een dip kan zo heftig worden dat we gaan spreken van een depressie. Je bent dan weken achter elkaar somber en je hebt nergens zin. Het kan ook zijn dat je moeilijk slaapt en geen zin meer hebt in eten, of juist heel veel eet. Je voelt je erg moe en hebt weinig energie om dingen te doen, of je voelt je juist gespannen en rusteloos. Vaak piekeren mensen met een depressie meer, denken negatief over zichzelf en kunnen zich moeilijk concentreren.